Advies en begeleiding bij muzikaal-erfgoedzorg

 

Dat het Lam Gods zou opgenomen worden in de Vlaamse topstukkenlijst, is niet verwonderlijk.

Het schilderij is niet alleen het ‘bekendste werk van de hele Christenheid’, het is mede daardoor ook een van de meest verhuisde/geroofde kunstwerken. En een van de redenen van het topstukkendecreet was net om belangrijk roerend erfgoed voorgoed binnen de grenzen te houden.

Het Lam Gods is alleen al door zijn afmetingen (340 x 440 cm) een unieke en onuitputtelijke bron voor iconografisch onderzoek. Ook muziekiconografisch is het belangrijk door de twee panelen met respectievelijk de zingende en musicerende engelen. Hierdoor krijgt het een plaats bij de muzikale topstukken.

Een stichting voor het zielenheil

Een geschilderd kwatrijn op de buitenluiken geeft aan wie de kunstenaars van dit werk waren, wie de opdrachtgever was en wanneer het werk voltooid was: Hubert Van Eyck begon aan de opdracht en Jan Van Eyck voltooide het werk in 1432, zoals Joos Vijd hem verzocht. Deze Joos Vijd was een vermogend patriciër uit Gent en oefende in die hoedanigheid diverse functies uit in de politieke, wereldlijke en geestelijke sfeer. Zijn huwelijk met de patriciërsdochter Elisabeth Borluut bleef kinderloos, wat voor beiden een stimulans kon zijn om hun kapitaal te investeren in een religieuze stichting in de kerk waar Joos Vijd kerkmeester was. Die stichting behelsde de verbouwing en uitrusting van een kapel in de toenmalige Sint-Janskerk (thans Sint-Baafskathedraal), het onderhoud hiervan en het houden van een dagelijkse misviering. Het Lam Gods fungeerde bijgevolg in deze context, waarbij dagelijks de kapel geopend werd, de luiken van het altaarstuk alnaargelang geopend werden en waar er misvieringen plaatsvonden voor het zielenheil van het echtpaar. De verankering van het Lam Gods in deze stichting heeft er eeuwenlang voor gezorgd dat het werk ter plekke bewaard bleef, ook al wilde de Gentse stadsmagistraat tijdens het calvinistisch bewind (1577-1584) het werk aan koningin Elizabeth I van Engeland schenken.

Verkocht, verspreid en doorgezaagd

Na het ancien regime begon een 150 jaar durende zwerftocht. De Fransen brachten het centrale deel van het Lam Gods als oorlogsbuit naar Parijs. Dat kwam in 1815 terug naar Gent, maar de in Gent achtergebleven luiken werden kort daarop verkocht en kwamen in Berlijn terecht. Een verdrag met Duitsland regelde dat de panelen met Adam en Eva in de jaren 60 van de 19de eeuw van Berlijn naar het museum in Brussel werden overgebracht. De andere Berlijnse panelen werden in 1894 in de dikte doorgezaagd. Na de Eerste Wereldoorlog komen de Berlijnse panelen terug en wordt het complete Lam Gods opnieuw in de Vijdkapel opgesteld. In 1934 wordt het ontdubbelde paneel met de Rechtvaardige Rechters en Sint-Jan de Doper gestolen, waarbij enkel het laatste werd gerecupereerd. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog brengt men het Lam Gods in veiligheid in Pau, maar van daaruit brengt de Duitse bezetter het naar Duitsland waar het uiteindelijk – samen met ongeveer 6500 andere kunstwerken – in de zoutmijn van Altaussee terechtkomt. Na de oorlog komt alles uiteindelijk terug naar Gent. Daar valt het veelluik sinds 2003 onder het topstukkendecreet.

“Aan hun beweging kan men meteen zie wie de bovenzang, hoog contre, tenor en bas zingt”, aldus Karel Van Mander

De hemel opent zich met muziek

De afzonderlijke onderdelen van het Lam Gods hebben zich altijd makkelijker laten beschrijven dan de onderlinge samenhang. Het iconografisch concept evoceert de christelijke heilsgeschiedenis met als centraal thema de allerheiligenliturgie zoals ze beschreven is in de Openbaring van Johannes en in diverse middeleeuwse religieuze geschriften. De diepgang, complexiteit en wijdlopigheid van het werk veronderstellen in elk geval de sturing van één of meer belezen en theologisch onderlegde geleerden. De statige voorstellingen, met ingehouden emotie, zonder narrativiteit of anekdotiek (op een paar uitzonderingen na), benadrukken de intellectuele en literaire benadering van de christelijke heilsleer. Het is niet toevallig dat er niet minder dan achttien boeken afgebeeld zijn op Lam Gods.

In zijn stichting voorzag Joos Vyd een dagelijkse mis ter ere van “God, Maria en alle heiligen”. Dit zijn meteen de twee belangrijkste thema’s op het geopende altaar: onderaan de aanbidding van het Lam Gods door alle heiligen en bovenaan een deësis-voorstelling met een Godsfiguur, Maria en Johannes de Doper, geflankeerd door celebrerende engelen: zingende (aan Christus’ rechterkant en dus belangrijker) en musicerende (aan Christus’ linkerkant). Deze panelen worden op hun beurt geflankeerd door voorstellingen van Adam en Eva. 

De afbeeldingen van de engelen-muzikanten hebben een belangrijke plaats in het werk. Vlak naast de deësis dragen ze bij tot een evocatie van het hemelse rijk. In tal van middeleeuwse visioenen van de hemel speelde muziek een onmiskenbare rol: de hemel opent zich op de tonen van muzikale klanken. Tegelijk zien de musicerende engelen eruit als muzikanten zoals men die bij een liturgische viering kon aantreffen; als een hemelse reflectie van de misviering die dagelijks voor het altaarstuk gehouden werd. 

De acht zingende engelen zijn de meest expressieve figuren op het Lam Gods; in zijn Schilderboeck (1604) wees Karel van Mander er al op hoe men uit de gelaatsuitdrukking kon afleiden welke stemmen de engelen zingen: “Aan hun beweging kan men meteen zie wie de bovenzang, hoog contre, tenor en bas zingt”. Het koortje, in rijkelijke liturgische gewaden gekleed, zingt uit een opengeslagen boek op een houten lessenaar, waarop nog drie andere boeken rusten. Een nis van de lezenaar toont de voorstelling van aartsengel Michael die de draak verslaat. Van het boek waaruit de engelen zingen, is een hoekje van de achterkant van een pagina te zien, waarop enkele noten te lezen zijn: ut [fa] ut [la]. Ze zijn in mensurale muzieknotatie geschreven, die kenmerkend is voor polyfonie. Het opschrift op de lijst rond het kader is: MELOS DEO LAVS P[ER]HEN[N]IS GRA[TIA]R[UM] A[CTI]O (Smeekliederen, lofliederen, dankliederen).

De musicerende engelen, rechts van de voorstelling van Johannes de Doper, laten zeven engelen zien. Diegene die de blaasbalg achter het portatief bedient, is nauwelijks zichtbaar doorheen een enge spleet naast het orgel en de lijst. Ook deze engelen dragen rijke gewaden, vooral de orgelspeler met een brokaatmantel omzoomd met hermelijn. Er zijn drie instrumenten te zien: een portatief, een vedel en een kleine harp. Het lijkt erop dat het orgeltje een slotakkoord speelt en de harpist de vedelspeler even op de schouder tikt om aan te geven dat het zijn beurt is om te spelen. Het opschrift op de lijst luidt hier: LAVDAT[E] EV[M] IN C[H]ORDIS ET ORGANO (Looft Hem op snaren en orgel). Hoewel de engelen in beide groepen dicht tegen elkaar aan staan, is er geen aanduiding van een afgrenzende ruimte: achter de engelen verschijnt een lichtblauwe hemellucht. De groepen staan wel op een vloer met blauwwitte tegels. Die zijn versierd met decoratieve patronen of met symbolische motieven en afkortingen (onder meer het christusmonogram, het Mariamonogram of diverse voorstellingen van het Lam Gods). 

Een inspirerend werk

Het Lam Gods was van bij zijn onthulling een populair werk. Het feit dat het op een semipublieke plaats hing en dus voor iedereen toegankelijk was, droeg daar ongetwijfeld toe bij. Die populariteit beperkte zich niet tot de schilderkunst; het werk inspireerde ook geschriften of toneelopvoeringen: bij de blijde intrede van Filips de Goede in Gent in 1458 creëerden de burgers een tableau vivant rond het altaarstuk met drie boven elkaar liggende podia en tal van bezoekers uit binnen- en buitenland beschreven in de loop der eeuwen het werk in hun kronieken. 

Ook in de hedendaagse tijd houdt het Lam Gods niet op te inspireren. Het werk genereert een stroom aan publicaties: historische en kunsthistorische studies; mystieke interpretaties; gerechtelijke kronieken en detectiveromans (rond de roof van de Rechtvaardige Rechters). Het muziekhistorisch onderzoek richtte zich vooral op de panelen met de musicerende engelen. Welke muziek zouden de engelen gezongen of gespeeld kunnen hebben en hoe kon die passen in een liturgische of andere context? Onlangs probeerde Hendrik Vanden Abeele, artistiek leider van Psallentes, met het project ‘Mystieke muziek’ de muziekcultuur rond het Lam Gods op te roepen in een tentoonstelling en de productie ‘Triptycha’ van Psallentes. Simultaan maakte het orgel deel uit van een onderzoek van de School of Arts/Hogeschool Gent onder leiding van instrumentenbouwer Andrzej Perz. Hij zal het portatief proberen te reconstrueren, onder meer met hulp van infraroodopnames van het schilderij. De reconstructie zou in 2019 voltooid zijn. Meer informatie over deze initiatieven vindt u op de website van het Caermersklooster en op de site van Psallentes.

meer info:
http://www.caermersklooster.be/nl/tentoonstelling_mystieke-muziek
https://psallentes.com

Bekijk het Lam Gods in detail op: http://closertovaneyck.kikirpa.be

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Dat het Lam Gods zou opgenomen worden in de Vlaamse topstukkenlijst, is niet verwonderlijk.

Het schilderij is niet alleen het ‘bekendste werk van de hele Christenheid’, het is mede daardoor ook een van de meest verhuisde/geroofde kunstwerken. En een van de redenen van het topstukkendecreet was net om belangrijk roerend erfgoed voorgoed binnen de grenzen te houden.

Het Lam Gods is alleen al door zijn afmetingen (340 x 440 cm) een unieke en onuitputtelijke bron voor iconografisch onderzoek. Ook muziekiconografisch is het belangrijk door de twee panelen met respectievelijk de zingende en musicerende engelen. Hierdoor krijgt het een plaats bij de muzikale topstukken.

Een stichting voor het zielenheil

Een geschilderd kwatrijn op de buitenluiken geeft aan wie de kunstenaars van dit werk waren, wie de opdrachtgever was en wanneer het werk voltooid was: Hubert Van Eyck begon aan de opdracht en Jan Van Eyck voltooide het werk in 1432, zoals Joos Vijd hem verzocht. Deze Joos Vijd was een vermogend patriciër uit Gent en oefende in die hoedanigheid diverse functies uit in de politieke, wereldlijke en geestelijke sfeer. Zijn huwelijk met de patriciërsdochter Elisabeth Borluut bleef kinderloos, wat voor beiden een stimulans kon zijn om hun kapitaal te investeren in een religieuze stichting in de kerk waar Joos Vijd kerkmeester was. Die stichting behelsde de verbouwing en uitrusting van een kapel in de toenmalige Sint-Janskerk (thans Sint-Baafskathedraal), het onderhoud hiervan en het houden van een dagelijkse misviering. Het Lam Gods fungeerde bijgevolg in deze context, waarbij dagelijks de kapel geopend werd, de luiken van het altaarstuk alnaargelang geopend werden en waar er misvieringen plaatsvonden voor het zielenheil van het echtpaar. De verankering van het Lam Gods in deze stichting heeft er eeuwenlang voor gezorgd dat het werk ter plekke bewaard bleef, ook al wilde de Gentse stadsmagistraat tijdens het calvinistisch bewind (1577-1584) het werk aan koningin Elizabeth I van Engeland schenken.

Verkocht, verspreid en doorgezaagd

Na het ancien regime begon een 150 jaar durende zwerftocht. De Fransen brachten het centrale deel van het Lam Gods als oorlogsbuit naar Parijs. Dat kwam in 1815 terug naar Gent, maar de in Gent achtergebleven luiken werden kort daarop verkocht en kwamen in Berlijn terecht. Een verdrag met Duitsland regelde dat de panelen met Adam en Eva in de jaren 60 van de 19de eeuw van Berlijn naar het museum in Brussel werden overgebracht. De andere Berlijnse panelen werden in 1894 in de dikte doorgezaagd. Na de Eerste Wereldoorlog komen de Berlijnse panelen terug en wordt het complete Lam Gods opnieuw in de Vijdkapel opgesteld. In 1934 wordt het ontdubbelde paneel met de Rechtvaardige Rechters en Sint-Jan de Doper gestolen, waarbij enkel het laatste werd gerecupereerd. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog brengt men het Lam Gods in veiligheid in Pau, maar van daaruit brengt de Duitse bezetter het naar Duitsland waar het uiteindelijk – samen met ongeveer 6500 andere kunstwerken – in de zoutmijn van Altaussee terechtkomt. Na de oorlog komt alles uiteindelijk terug naar Gent. Daar valt het veelluik sinds 2003 onder het topstukkendecreet.

“Aan hun beweging kan men meteen zie wie de bovenzang, hoog contre, tenor en bas zingt”, aldus Karel Van Mander

De hemel opent zich met muziek

De afzonderlijke onderdelen van het Lam Gods hebben zich altijd makkelijker laten beschrijven dan de onderlinge samenhang. Het iconografisch concept evoceert de christelijke heilsgeschiedenis met als centraal thema de allerheiligenliturgie zoals ze beschreven is in de Openbaring van Johannes en in diverse middeleeuwse religieuze geschriften. De diepgang, complexiteit en wijdlopigheid van het werk veronderstellen in elk geval de sturing van één of meer belezen en theologisch onderlegde geleerden. De statige voorstellingen, met ingehouden emotie, zonder narrativiteit of anekdotiek (op een paar uitzonderingen na), benadrukken de intellectuele en literaire benadering van de christelijke heilsleer. Het is niet toevallig dat er niet minder dan achttien boeken afgebeeld zijn op Lam Gods.

In zijn stichting voorzag Joos Vyd een dagelijkse mis ter ere van “God, Maria en alle heiligen”. Dit zijn meteen de twee belangrijkste thema’s op het geopende altaar: onderaan de aanbidding van het Lam Gods door alle heiligen en bovenaan een deësis-voorstelling met een Godsfiguur, Maria en Johannes de Doper, geflankeerd door celebrerende engelen: zingende (aan Christus’ rechterkant en dus belangrijker) en musicerende (aan Christus’ linkerkant). Deze panelen worden op hun beurt geflankeerd door voorstellingen van Adam en Eva. 

De afbeeldingen van de engelen-muzikanten hebben een belangrijke plaats in het werk. Vlak naast de deësis dragen ze bij tot een evocatie van het hemelse rijk. In tal van middeleeuwse visioenen van de hemel speelde muziek een onmiskenbare rol: de hemel opent zich op de tonen van muzikale klanken. Tegelijk zien de musicerende engelen eruit als muzikanten zoals men die bij een liturgische viering kon aantreffen; als een hemelse reflectie van de misviering die dagelijks voor het altaarstuk gehouden werd. 

De acht zingende engelen zijn de meest expressieve figuren op het Lam Gods; in zijn Schilderboeck (1604) wees Karel van Mander er al op hoe men uit de gelaatsuitdrukking kon afleiden welke stemmen de engelen zingen: “Aan hun beweging kan men meteen zie wie de bovenzang, hoog contre, tenor en bas zingt”. Het koortje, in rijkelijke liturgische gewaden gekleed, zingt uit een opengeslagen boek op een houten lessenaar, waarop nog drie andere boeken rusten. Een nis van de lezenaar toont de voorstelling van aartsengel Michael die de draak verslaat. Van het boek waaruit de engelen zingen, is een hoekje van de achterkant van een pagina te zien, waarop enkele noten te lezen zijn: ut [fa] ut [la]. Ze zijn in mensurale muzieknotatie geschreven, die kenmerkend is voor polyfonie. Het opschrift op de lijst rond het kader is: MELOS DEO LAVS P[ER]HEN[N]IS GRA[TIA]R[UM] A[CTI]O (Smeekliederen, lofliederen, dankliederen).

De musicerende engelen, rechts van de voorstelling van Johannes de Doper, laten zeven engelen zien. Diegene die de blaasbalg achter het portatief bedient, is nauwelijks zichtbaar doorheen een enge spleet naast het orgel en de lijst. Ook deze engelen dragen rijke gewaden, vooral de orgelspeler met een brokaatmantel omzoomd met hermelijn. Er zijn drie instrumenten te zien: een portatief, een vedel en een kleine harp. Het lijkt erop dat het orgeltje een slotakkoord speelt en de harpist de vedelspeler even op de schouder tikt om aan te geven dat het zijn beurt is om te spelen. Het opschrift op de lijst luidt hier: LAVDAT[E] EV[M] IN C[H]ORDIS ET ORGANO (Looft Hem op snaren en orgel). Hoewel de engelen in beide groepen dicht tegen elkaar aan staan, is er geen aanduiding van een afgrenzende ruimte: achter de engelen verschijnt een lichtblauwe hemellucht. De groepen staan wel op een vloer met blauwwitte tegels. Die zijn versierd met decoratieve patronen of met symbolische motieven en afkortingen (onder meer het christusmonogram, het Mariamonogram of diverse voorstellingen van het Lam Gods). 

Een inspirerend werk

Het Lam Gods was van bij zijn onthulling een populair werk. Het feit dat het op een semipublieke plaats hing en dus voor iedereen toegankelijk was, droeg daar ongetwijfeld toe bij. Die populariteit beperkte zich niet tot de schilderkunst; het werk inspireerde ook geschriften of toneelopvoeringen: bij de blijde intrede van Filips de Goede in Gent in 1458 creëerden de burgers een tableau vivant rond het altaarstuk met drie boven elkaar liggende podia en tal van bezoekers uit binnen- en buitenland beschreven in de loop der eeuwen het werk in hun kronieken. 

Ook in de hedendaagse tijd houdt het Lam Gods niet op te inspireren. Het werk genereert een stroom aan publicaties: historische en kunsthistorische studies; mystieke interpretaties; gerechtelijke kronieken en detectiveromans (rond de roof van de Rechtvaardige Rechters). Het muziekhistorisch onderzoek richtte zich vooral op de panelen met de musicerende engelen. Welke muziek zouden de engelen gezongen of gespeeld kunnen hebben en hoe kon die passen in een liturgische of andere context? Onlangs probeerde Hendrik Vanden Abeele, artistiek leider van Psallentes, met het project ‘Mystieke muziek’ de muziekcultuur rond het Lam Gods op te roepen in een tentoonstelling en de productie ‘Triptycha’ van Psallentes. Simultaan maakte het orgel deel uit van een onderzoek van de School of Arts/Hogeschool Gent onder leiding van instrumentenbouwer Andrzej Perz. Hij zal het portatief proberen te reconstrueren, onder meer met hulp van infraroodopnames van het schilderij. De reconstructie zou in 2019 voltooid zijn. Meer informatie over deze initiatieven vindt u op de website van het Caermersklooster en op de site van Psallentes.

meer info:
http://www.caermersklooster.be/nl/tentoonstelling_mystieke-muziek
https://psallentes.com

Bekijk het Lam Gods in detail op: http://closertovaneyck.kikirpa.be

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn