Advies en begeleiding bij muzikaal-erfgoedzorg

 

Op 28 september 2013 opende het lang verwachte Red Star Line Museum in de oude haven van Antwerpen.

Het museum vertelt de verhalen van de duizenden migranten die vanuit Antwerpen naar Amerika vertrokken. Het intens verkeer tussen beide continenten gaf nieuwe impulsen aan de muziekcultuur, zowel in Amerika als in België.


De Red Star Line-rederij (de eigenlijke naam was SANBA), organiseerde van 1873 tot 1935 het personenvervoer tussen Antwerpen en Amerika, voornamelijk New York. Hun boten met de karakteristieke rode ster op de schoorsteen brachten ongeveer twee miljoen immigranten naar Amerika. Die kwamen vanuit heel Europa naar Antwerpen om van daar over te varen naar het nieuwe continent, een nieuwe toekomst tegemoet. Ongeveer een kwart van die passagiers waren joden, op de vlucht voor de pogroms in Oost-Europa.

Een van hen was Israel Isidore Beilin uit Wit-Rusland, beter bekend als Irving Berlin (1888-1989, overtocht in 1893). Met tal van succesvolle hits op zijn naam (onder andere White Christmas, There’s no Business Like Showbusiness, God Bless America), werd hij een van de belangrijkste componisten van het ‘Great American Songbook’. Het Red Star Line Museum wist via Linda Emmet, zijn jongste dochter, een topstuk in langdurige bruikleen te verwerven: Berlins  transponeerpiano van Sohmner & Co uit 1924. Het instrument laat de speler toe om de toonaard via een mechanisch systeem te wijzigen. Zo kon Berlin, die zichzelf had leren pianospelen in de cafés van Lower East Side, in diverse toonaarden spelen en componeren. Berlin beheerste immers uitsluitend de toonaard van fa kruis.

Berlins muziek was dermate populair dat die overal te horen was. Zelfs op de schepen van de Red Star Line waar de orkesten twintig jaar na zijn overtocht zijn nummers ten gehore brachten voor het publiek in de eerste klasse. Die orkesten hadden bovendien een grote rol in de verspreiding van de Amerikaanse muziek in Europa; de Belgische muzikanten van deze orkesten, konden in New York clubs bezoeken waar jazz werd gespeeld en konden er fonoplaten kopen die in Europa niet te vinden waren. Met die bagage wisten ze de jazzscene in het thuisland dan weer te inspireren. Een en ander had tot gevolg dat de Belgische jazzmuzikanten in het interbellum een goede faam verworven. Een van die muzikanten was Jean (John) Ouwerx (1903-1983). In 1925 komt hij na een bootreis vol zeeziekte in New York aan. Daar is hij danig onder de indruk van het bruisende nacht- en muziekleven. Hij vindt een job als derde organist in het Strand Theatre in Brooklyn, een immens vaudevilletheater met draaiend podium en plaats voor bijna 3000 toeschouwers. En hij komt er in contact met George Gershwin. Na vier maanden keert Ouwerx naar België terug met de partituur van Rhapsody in Blue onder zijn arm. Hij zorgt in 1927 voor de Europese première van dit werk in het Brusselse Coliseum. Het wordt een overdonderend succes.

John Ouwerx wist zijn passie voor jazz over te brengen op Albert Michiels (1923-2008). Die werd als muzikant en organisator van Jazz Hoeilaart een spilfiguur in de Belgische jazz. Zijn unieke collectie, met partituren, krantenartikels, foto’s, brieven, opnames, affiches, tekeningen, … werd in 2008 met bemiddeling van Resonant in bewaring gegeven aan de bibliotheek van het Antwerpse Koninklijk Conservatorium. John Ouwerx is in de collectie Michiels aanwezig met diverse partituren en met een uniek plakboek met krantenartikels, brieven en efemera uit de periode 1922-1936. Een aantal van deze partituren en het plakboek is reeds gedigitaliseerd en kan men online bestuderen.

Een portret van John Ouwerx door Peter De GreefEen portret van John Ouwerx door Peter De Greef

Peter De Greef (1901-1985), die dit prachtige portret van Ouwerx maakte, is een van de grote illustrators voor bladmuziek uit het interbellum. In zijn modernistisch idioom voorzag hij tal van partituren van een aantrekkelijke cover. In 2011 verscheen een monografie over hem en momenteel loopt in het Design Museum Gent een tentoonstelling met een selectie uit zijn oeuvre.

Bibliografie

M. ANAF, De introductie, verspreiding en vestiging van jazz in België. Een socio-historische studie over jazz in het Interbellum, onuitgegeven scriptie, UGent, 2010.
C. VAN DEN BROECK, Who is Peter De Greef?, Geraardsbergen, 2011.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Op 28 september 2013 opende het lang verwachte Red Star Line Museum in de oude haven van Antwerpen.

Het museum vertelt de verhalen van de duizenden migranten die vanuit Antwerpen naar Amerika vertrokken. Het intens verkeer tussen beide continenten gaf nieuwe impulsen aan de muziekcultuur, zowel in Amerika als in België.


De Red Star Line-rederij (de eigenlijke naam was SANBA), organiseerde van 1873 tot 1935 het personenvervoer tussen Antwerpen en Amerika, voornamelijk New York. Hun boten met de karakteristieke rode ster op de schoorsteen brachten ongeveer twee miljoen immigranten naar Amerika. Die kwamen vanuit heel Europa naar Antwerpen om van daar over te varen naar het nieuwe continent, een nieuwe toekomst tegemoet. Ongeveer een kwart van die passagiers waren joden, op de vlucht voor de pogroms in Oost-Europa.

Een van hen was Israel Isidore Beilin uit Wit-Rusland, beter bekend als Irving Berlin (1888-1989, overtocht in 1893). Met tal van succesvolle hits op zijn naam (onder andere White Christmas, There’s no Business Like Showbusiness, God Bless America), werd hij een van de belangrijkste componisten van het ‘Great American Songbook’. Het Red Star Line Museum wist via Linda Emmet, zijn jongste dochter, een topstuk in langdurige bruikleen te verwerven: Berlins  transponeerpiano van Sohmner & Co uit 1924. Het instrument laat de speler toe om de toonaard via een mechanisch systeem te wijzigen. Zo kon Berlin, die zichzelf had leren pianospelen in de cafés van Lower East Side, in diverse toonaarden spelen en componeren. Berlin beheerste immers uitsluitend de toonaard van fa kruis.

Berlins muziek was dermate populair dat die overal te horen was. Zelfs op de schepen van de Red Star Line waar de orkesten twintig jaar na zijn overtocht zijn nummers ten gehore brachten voor het publiek in de eerste klasse. Die orkesten hadden bovendien een grote rol in de verspreiding van de Amerikaanse muziek in Europa; de Belgische muzikanten van deze orkesten, konden in New York clubs bezoeken waar jazz werd gespeeld en konden er fonoplaten kopen die in Europa niet te vinden waren. Met die bagage wisten ze de jazzscene in het thuisland dan weer te inspireren. Een en ander had tot gevolg dat de Belgische jazzmuzikanten in het interbellum een goede faam verworven. Een van die muzikanten was Jean (John) Ouwerx (1903-1983). In 1925 komt hij na een bootreis vol zeeziekte in New York aan. Daar is hij danig onder de indruk van het bruisende nacht- en muziekleven. Hij vindt een job als derde organist in het Strand Theatre in Brooklyn, een immens vaudevilletheater met draaiend podium en plaats voor bijna 3000 toeschouwers. En hij komt er in contact met George Gershwin. Na vier maanden keert Ouwerx naar België terug met de partituur van Rhapsody in Blue onder zijn arm. Hij zorgt in 1927 voor de Europese première van dit werk in het Brusselse Coliseum. Het wordt een overdonderend succes.

John Ouwerx wist zijn passie voor jazz over te brengen op Albert Michiels (1923-2008). Die werd als muzikant en organisator van Jazz Hoeilaart een spilfiguur in de Belgische jazz. Zijn unieke collectie, met partituren, krantenartikels, foto’s, brieven, opnames, affiches, tekeningen, … werd in 2008 met bemiddeling van Resonant in bewaring gegeven aan de bibliotheek van het Antwerpse Koninklijk Conservatorium. John Ouwerx is in de collectie Michiels aanwezig met diverse partituren en met een uniek plakboek met krantenartikels, brieven en efemera uit de periode 1922-1936. Een aantal van deze partituren en het plakboek is reeds gedigitaliseerd en kan men online bestuderen.

Een portret van John Ouwerx door Peter De GreefEen portret van John Ouwerx door Peter De Greef

Peter De Greef (1901-1985), die dit prachtige portret van Ouwerx maakte, is een van de grote illustrators voor bladmuziek uit het interbellum. In zijn modernistisch idioom voorzag hij tal van partituren van een aantrekkelijke cover. In 2011 verscheen een monografie over hem en momenteel loopt in het Design Museum Gent een tentoonstelling met een selectie uit zijn oeuvre.

Bibliografie

M. ANAF, De introductie, verspreiding en vestiging van jazz in België. Een socio-historische studie over jazz in het Interbellum, onuitgegeven scriptie, UGent, 2010.
C. VAN DEN BROECK, Who is Peter De Greef?, Geraardsbergen, 2011.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn