Advies en begeleiding bij muzikaal-erfgoedzorg

 

Resonant kon enkele oude banden met uniek werk laten digitaliseren.

De banden met liederen over de weverijen en de textielindustrie hebben een lange geschiedenis achter de rug. Die begint in Boechout.

Tentoonstelling in Sfinks

In 1979 organiseerden Paul Schyvens en Frank Thiels van cultuur- en vormingscentrum Sfinks in Boechout de tentoonstelling “Toen het leven nog een kortstondig verblijf in de textielfabriek was ...”. De tentoonstelling focuste op de ontwikkeling van de Belgische textielindustrie en de sociale strijd die daarvan het gevolg was.

Voor de uitwerking van dit project engageerden zij de pas afgestudeerde historica Myriam De Clopper en grafisch ontwerpster Nille Van Hellemont. Myriam De Clopper ontdekte tijdens haar voorbereidend onderzoek een hele schat aan muzikaal erfgoed: liederen die de sociale strijd van de arbeiders in de textielfabrieken bezongen en de wantoestanden aan de kaak stelden. Dit erfgoed moest een plaats krijgen op de tentoonstelling.

En wie kon men hiervoor beter aanspreken dan Wannes Van de Velde (1937-2008). Als folkmuzikant had hij oog voor de rijke liederenschat uit de 19de eeuw en in het bijzonder voor de sociale thema’s die daarin aan bod kwamen. Die bracht Wannes Van de Velde ook naar voren in zijn repertoire en in de theaterproducties waaraan hij meewerkte (waarvan Mistero Buffo van de Internationale Nieuwe Scene het bekendste is).

Ook Walter De Buck (1934-2014) raakte bij het project betrokken. Niet zo verwonderlijk, want Walter en Wannes kenden elkaar al langer en deelden de interesse voor volksliederen uit de 19de eeuw en ouder. Zo had Wannes Van de Velde Walter De Buck gewezen op het rijke oeuvre van Karel Waeri (1842-1898), Gents volkszanger par excellence. Karel Waeri zou Walter De Buck blijvend inspireren: hij brengt zelfs twee lp’s uit met (haast uitsluitend) werk van Waeri: De volkszanger (1976) en Karel Waeri (1986).

Karel Waeri schreef een aantal liederen rond de sociale strijd van de Gentse textielarbeiders

Wannes Van de Velde en Walter De Buck gingen in op het voorstel van Sfinks ze doken samen met de vaste begeleidingsgroep van Wannes Van de Velde een Antwerpse achtsporenstudio (ACE-studio) in om daar een aantal nummers uit dit muzikaal erfgoed op te nemen. De kosten daarvoor kwamen op het budget van Sfinks.

De opgenomen liederen zouden tijdens de tentoonstelling via een muziekinstallatie ten gehore gebracht worden. En in die tijd betekende dat: met een bandopnemer. Een reel-to-reel tape levert immers (mits juist ingesteld) een bijna professionele geluidskwaliteit.
De tentoonstelling bleef overigens niet beperkt tot de Sfinks in Boechout, maar reisde zowat alle toenmalige culturele instellingen in Vlaanderen rond.

Na afloop van het project werden de twee reel-to-reel banden geschonken aan Nille Van Hellemont, grafisch ontwerpster van de tentoonstelling. Daar bleven ze enkele decennia. Audiobanden zijn echter kwetsbare geluidsdragers met een beperkte levensduur. En met dergelijk uniek materiaal drong digitalisering zich op. Zodoende kwamen de banden via muzikale broer Guido Van Hellemont bij Resonant terecht.

Digitalisering

Hoewel de tapes ogenschijnlijk in goede conditie waren en er geen zichtbare sporen van verval waren, moesten ze toch best zo snel als mogelijk en op een professionele manier gedigitaliseerd worden. Magnetische dragers zullen immers onherroepelijk hun informatie verliezen en hoe ouder de tape, hoe eerder dat moment eraan komt.

Digitaliseren van kleine volumes zoals deze banden is niet vanzelfsprekend. De professionele firma’s in digitalisering kunnen dit beperkt maatwerk niet inplannen. En de vele geluidsstudio’s die dergelijk werk wel aanpakken, hebben vaak niet de mogelijkheid om conserverende handelingen of restauraties uit te voeren, mocht dit nodig zijn.

De banden werden door de archiefdienst van de VRT gedigitaliseerd

Uiteindelijk bood Christine Fettweis van het archief van de VRT een ideale oplossing. De VRT heeft ruim ervaring met digitalisering van audiobanden, ze werken volgens erfgoedstandaarden en kunnen restaureren. De digitalisering werd in september afgerond en verliep succesvol. De banden waren inderdaad nog in goede conditie en de geluidskwaliteit is prima.

De twee audiobanden zijn 1/4de inch breed, hebben twee sporen (stereo) en een ruisreductie (CCIR). De afspeelsnelheid is 7,5 inch per seconde. Dat is de laagste standaard voor professionele opnames en de hoogste voor huiselijk gebruik.

De twee banden werden gedigitaliseerd in evenveel bestanden in WAV-formaat, met een bitdiepte van 24 bit en een bemonsteringsfrequentie (sampling rate) van 96 khz. Na de digitalisering werd een kwaliteitscontrole uitgevoerd. Van beide bestanden werden per nummer afgeleide bestanden in (een hoogwaardig) mp3-formaat gemaakt.

Uniek materiaal en eerste versies

De banden bevatten 14 nummers (7 per band). Wannes Van de Velde zingt 8 nummers, Walter De Buck 6. Alle nummers worden begeleid door één of meerdere muzikanten uit de groep van Wannes Van de Velde; zij spelen accordeon, viool, contrabas, gitaar, piano, hommel, fluit, draailier. Twee nummers hebben een tweede zangstem (Wij wollewevers en Speldewerkerslied).

De meeste nummers komen uit het repertoire van de volksmuziek zoals het door de volkskundigen uit de 19de en 20ste eeuw verzameld werd. Vier nummers werden door Karel Waeri geschreven.

Audioband 1 Audioband 2

Onderstaande lijst geeft de titel zoals die op de banden staat, tussen haakjes een alternatieve titel, vervolgens de zanger van het lied en de (mogelijke) bron of auteur.

Band 1

  1. Spinnewiel (Vrienden, ‘k heb hier beschreven) – Wannes Van de Velde (De Coussemaker, Chants populaires des Flamands de France, 1856
  2. Hekelaartje – Walter De Buck
  3. Spinster vd vlasfabriek (Wij, spinsters van de vlasfabriek) – Wannes Van de Velde, tekst van Henri Van Daele (1877-1957)
  4. Koevoet (Koevoet es beter dan boelie) – Walter De Buck (de toeschrijving aan Karel Waeri is betwist)
  5. Kinderen der fabriek (De kinderen der fabriek) – Wannes Van de Velde (opgetekend in: Sociaal-democratische liederen en Gedichten, Gent, 1882)
  6. 4 getouwen (De vier getouwen) – Walter De Buck (Karel Waeri)
  7. Er zouden 4 wevers – Wannes Van de Velde

Band 2

  1. Martelaressen der continus (De martelaressen der continues) – Walter De Buck (Karel Waeri)
  2. Wij wollewevers – Wannes Van de Velde
  3. Fabrieksmeisje (Het fabrieksmeisje) – Walter De Buck (Karel Waeri)
  4. Wel dochter lieve dochter (Och dochter, lieve dochter / Daar mijne lieve dochter) – Wannes Van de Velde (Opgenomen door Pol Heyns, Volksliederen, Antwerpen, 1941)
  5. Onze fabrieksmeisjes – Walter De Buck (Karel Waeri)
  6. Speldewerkerslied (Speldewerkersliedje / Kom, vrouwkes wil bemerken) – Wannes Van de Velde (Opgenomen door Pol Heyns, Volksliederen, Antwerpen, 1941)
  7. Wevers maakt geen droefheid (Weverslied / Wevers en maakt geen droefheid meer) – Wannes Van de Velde. (opgetekend door Jacobus de Ruyter, Nieuw liedboek genaemt den vrolyken speelwagen, Antwerpen (ca. 1720))

Van de acht nummers die Wannes Van de Velde vertolkt, is er slechts één dat vroeger (eigenlijk gelijktijdig) werd uitgebracht: Wevers maakt geen droefheid, dat in 1979 als ‘Weverslied’ verscheen op de lp In de natuur wou ik gaan leven.

Alle andere nummers gezongen door Wannes Van de Velde werden ofwel nooit uitgebracht (Spinnewiel, Spinsters van de vlasfabriek, Wel dochter lieve dochter, Speldewerkerslied) ofwel later uitgebracht (Kinderen der fabriek, Er zouden 4 wevers, Wij wollewevers).

Van de zes nummers die Walter De Buck vertolkt, werden er twee eerder uitgebracht (Koevoet, 4 getouwen). Twee verschenen op latere lp’s (Martelaressen der continus, Onze fabrieksmeisjes) en twee werden nooit uitgebracht (Hekelaartje, Fabrieksmeisje).

De banden bevatten dus zes nummers die door de artiesten nooit elders werden uitgebracht, vijf nummers die later (of gelijktijdig) werden uitgebracht en slechts drie nummers die eerder werden uitgebracht.

Het uniek materiaal en de eerste versies van liederen die pas later op lp zouden verschijnen, maken deze opnames zeer waardevol. Uniek is ook het feit dat Walter De Buck hier begeleid wordt door de groep Wannes Van de Velde, wat zijn nummers een andere sfeer en kleur geeft.

Het materiaal duidt erop dat beide zangers en de muzikanten het project van Sfinks “Toen het leven nog een kortstondig verblijf in de textielfabriek was ...” erg genegen waren. Ze studeerden hiervoor immers een heel aantal nummers in die niet tot hun vaste repertoire behoorden.

Het jaar waarin de opnames gebeurden, speelt ook een rol in de waardering van de banden. Dree Peremans sr. merkt op in zijn biografie van Wannes Van de Velde (Wannes - Hier is hem terug, Antwepen, 2016) dat er eind jaren 70 (de opnames dateren uit 1979) voor Wannes Van de Velde een aantal zaken aan het veranderen waren. De zwarte jaren van zijn depressie (na de uitputting die Mistero Buffo had teweeggebracht), liepen ten einde en Van de Velde nam steeds meer initiatief. Hij besloot zijn zangtechniek te verbeteren en volgde een aantal zanglessen die hem in staat stellen beter toon te vormen ; ‘juister en doorleefder’ in zijn woorden. Die nieuwe zangtechniek uit zich voor het eerst op de lp In de natuur wou ik gaan leven uit 1979, maar ook deze banden zijn daarvan een vroege getuige.

Ondanks de tanende interesse voor de volks- en folkmuziek in die jaren, bleef Van de Velde zich verdiepen in het reperoire van de 19de eeuw en ouder. De resultaten daarvan staan op twee lp’s die snel na elkaar uitkwamen: op de lp In de natuur wou ik gaan leven staan 5 traditionals (waaronder een versie van Wevers maakt geen droefheid), en de lp Volksliederen uit 1980 bevat uitsluitend dit repertoire (met daarop de nummers Er zouden 4 wevers en Wij wollewevers die ook op deze banden staan).

Dat muzikaal erfgoed – zelfs als het van bekende uitvoerders komt – al snel verspreid (en in het ergste geval verloren) kan raken, bewijzen de lotgevallen van deze banden eens te meer.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Resonant kon enkele oude banden met uniek werk laten digitaliseren.

De banden met liederen over de weverijen en de textielindustrie hebben een lange geschiedenis achter de rug. Die begint in Boechout.

Tentoonstelling in Sfinks

In 1979 organiseerden Paul Schyvens en Frank Thiels van cultuur- en vormingscentrum Sfinks in Boechout de tentoonstelling “Toen het leven nog een kortstondig verblijf in de textielfabriek was ...”. De tentoonstelling focuste op de ontwikkeling van de Belgische textielindustrie en de sociale strijd die daarvan het gevolg was.

Voor de uitwerking van dit project engageerden zij de pas afgestudeerde historica Myriam De Clopper en grafisch ontwerpster Nille Van Hellemont. Myriam De Clopper ontdekte tijdens haar voorbereidend onderzoek een hele schat aan muzikaal erfgoed: liederen die de sociale strijd van de arbeiders in de textielfabrieken bezongen en de wantoestanden aan de kaak stelden. Dit erfgoed moest een plaats krijgen op de tentoonstelling.

En wie kon men hiervoor beter aanspreken dan Wannes Van de Velde (1937-2008). Als folkmuzikant had hij oog voor de rijke liederenschat uit de 19de eeuw en in het bijzonder voor de sociale thema’s die daarin aan bod kwamen. Die bracht Wannes Van de Velde ook naar voren in zijn repertoire en in de theaterproducties waaraan hij meewerkte (waarvan Mistero Buffo van de Internationale Nieuwe Scene het bekendste is).

Ook Walter De Buck (1934-2014) raakte bij het project betrokken. Niet zo verwonderlijk, want Walter en Wannes kenden elkaar al langer en deelden de interesse voor volksliederen uit de 19de eeuw en ouder. Zo had Wannes Van de Velde Walter De Buck gewezen op het rijke oeuvre van Karel Waeri (1842-1898), Gents volkszanger par excellence. Karel Waeri zou Walter De Buck blijvend inspireren: hij brengt zelfs twee lp’s uit met (haast uitsluitend) werk van Waeri: De volkszanger (1976) en Karel Waeri (1986).

Karel Waeri schreef een aantal liederen rond de sociale strijd van de Gentse textielarbeiders

Wannes Van de Velde en Walter De Buck gingen in op het voorstel van Sfinks ze doken samen met de vaste begeleidingsgroep van Wannes Van de Velde een Antwerpse achtsporenstudio (ACE-studio) in om daar een aantal nummers uit dit muzikaal erfgoed op te nemen. De kosten daarvoor kwamen op het budget van Sfinks.

De opgenomen liederen zouden tijdens de tentoonstelling via een muziekinstallatie ten gehore gebracht worden. En in die tijd betekende dat: met een bandopnemer. Een reel-to-reel tape levert immers (mits juist ingesteld) een bijna professionele geluidskwaliteit.
De tentoonstelling bleef overigens niet beperkt tot de Sfinks in Boechout, maar reisde zowat alle toenmalige culturele instellingen in Vlaanderen rond.

Na afloop van het project werden de twee reel-to-reel banden geschonken aan Nille Van Hellemont, grafisch ontwerpster van de tentoonstelling. Daar bleven ze enkele decennia. Audiobanden zijn echter kwetsbare geluidsdragers met een beperkte levensduur. En met dergelijk uniek materiaal drong digitalisering zich op. Zodoende kwamen de banden via muzikale broer Guido Van Hellemont bij Resonant terecht.

Digitalisering

Hoewel de tapes ogenschijnlijk in goede conditie waren en er geen zichtbare sporen van verval waren, moesten ze toch best zo snel als mogelijk en op een professionele manier gedigitaliseerd worden. Magnetische dragers zullen immers onherroepelijk hun informatie verliezen en hoe ouder de tape, hoe eerder dat moment eraan komt.

Digitaliseren van kleine volumes zoals deze banden is niet vanzelfsprekend. De professionele firma’s in digitalisering kunnen dit beperkt maatwerk niet inplannen. En de vele geluidsstudio’s die dergelijk werk wel aanpakken, hebben vaak niet de mogelijkheid om conserverende handelingen of restauraties uit te voeren, mocht dit nodig zijn.

De banden werden door de archiefdienst van de VRT gedigitaliseerd

Uiteindelijk bood Christine Fettweis van het archief van de VRT een ideale oplossing. De VRT heeft ruim ervaring met digitalisering van audiobanden, ze werken volgens erfgoedstandaarden en kunnen restaureren. De digitalisering werd in september afgerond en verliep succesvol. De banden waren inderdaad nog in goede conditie en de geluidskwaliteit is prima.

De twee audiobanden zijn 1/4de inch breed, hebben twee sporen (stereo) en een ruisreductie (CCIR). De afspeelsnelheid is 7,5 inch per seconde. Dat is de laagste standaard voor professionele opnames en de hoogste voor huiselijk gebruik.

De twee banden werden gedigitaliseerd in evenveel bestanden in WAV-formaat, met een bitdiepte van 24 bit en een bemonsteringsfrequentie (sampling rate) van 96 khz. Na de digitalisering werd een kwaliteitscontrole uitgevoerd. Van beide bestanden werden per nummer afgeleide bestanden in (een hoogwaardig) mp3-formaat gemaakt.

Uniek materiaal en eerste versies

De banden bevatten 14 nummers (7 per band). Wannes Van de Velde zingt 8 nummers, Walter De Buck 6. Alle nummers worden begeleid door één of meerdere muzikanten uit de groep van Wannes Van de Velde; zij spelen accordeon, viool, contrabas, gitaar, piano, hommel, fluit, draailier. Twee nummers hebben een tweede zangstem (Wij wollewevers en Speldewerkerslied).

De meeste nummers komen uit het repertoire van de volksmuziek zoals het door de volkskundigen uit de 19de en 20ste eeuw verzameld werd. Vier nummers werden door Karel Waeri geschreven.

Audioband 1 Audioband 2

Onderstaande lijst geeft de titel zoals die op de banden staat, tussen haakjes een alternatieve titel, vervolgens de zanger van het lied en de (mogelijke) bron of auteur.

Band 1

  1. Spinnewiel (Vrienden, ‘k heb hier beschreven) – Wannes Van de Velde (De Coussemaker, Chants populaires des Flamands de France, 1856
  2. Hekelaartje – Walter De Buck
  3. Spinster vd vlasfabriek (Wij, spinsters van de vlasfabriek) – Wannes Van de Velde, tekst van Henri Van Daele (1877-1957)
  4. Koevoet (Koevoet es beter dan boelie) – Walter De Buck (de toeschrijving aan Karel Waeri is betwist)
  5. Kinderen der fabriek (De kinderen der fabriek) – Wannes Van de Velde (opgetekend in: Sociaal-democratische liederen en Gedichten, Gent, 1882)
  6. 4 getouwen (De vier getouwen) – Walter De Buck (Karel Waeri)
  7. Er zouden 4 wevers – Wannes Van de Velde

Band 2

  1. Martelaressen der continus (De martelaressen der continues) – Walter De Buck (Karel Waeri)
  2. Wij wollewevers – Wannes Van de Velde
  3. Fabrieksmeisje (Het fabrieksmeisje) – Walter De Buck (Karel Waeri)
  4. Wel dochter lieve dochter (Och dochter, lieve dochter / Daar mijne lieve dochter) – Wannes Van de Velde (Opgenomen door Pol Heyns, Volksliederen, Antwerpen, 1941)
  5. Onze fabrieksmeisjes – Walter De Buck (Karel Waeri)
  6. Speldewerkerslied (Speldewerkersliedje / Kom, vrouwkes wil bemerken) – Wannes Van de Velde (Opgenomen door Pol Heyns, Volksliederen, Antwerpen, 1941)
  7. Wevers maakt geen droefheid (Weverslied / Wevers en maakt geen droefheid meer) – Wannes Van de Velde. (opgetekend door Jacobus de Ruyter, Nieuw liedboek genaemt den vrolyken speelwagen, Antwerpen (ca. 1720))

Van de acht nummers die Wannes Van de Velde vertolkt, is er slechts één dat vroeger (eigenlijk gelijktijdig) werd uitgebracht: Wevers maakt geen droefheid, dat in 1979 als ‘Weverslied’ verscheen op de lp In de natuur wou ik gaan leven.

Alle andere nummers gezongen door Wannes Van de Velde werden ofwel nooit uitgebracht (Spinnewiel, Spinsters van de vlasfabriek, Wel dochter lieve dochter, Speldewerkerslied) ofwel later uitgebracht (Kinderen der fabriek, Er zouden 4 wevers, Wij wollewevers).

Van de zes nummers die Walter De Buck vertolkt, werden er twee eerder uitgebracht (Koevoet, 4 getouwen). Twee verschenen op latere lp’s (Martelaressen der continus, Onze fabrieksmeisjes) en twee werden nooit uitgebracht (Hekelaartje, Fabrieksmeisje).

De banden bevatten dus zes nummers die door de artiesten nooit elders werden uitgebracht, vijf nummers die later (of gelijktijdig) werden uitgebracht en slechts drie nummers die eerder werden uitgebracht.

Het uniek materiaal en de eerste versies van liederen die pas later op lp zouden verschijnen, maken deze opnames zeer waardevol. Uniek is ook het feit dat Walter De Buck hier begeleid wordt door de groep Wannes Van de Velde, wat zijn nummers een andere sfeer en kleur geeft.

Het materiaal duidt erop dat beide zangers en de muzikanten het project van Sfinks “Toen het leven nog een kortstondig verblijf in de textielfabriek was ...” erg genegen waren. Ze studeerden hiervoor immers een heel aantal nummers in die niet tot hun vaste repertoire behoorden.

Het jaar waarin de opnames gebeurden, speelt ook een rol in de waardering van de banden. Dree Peremans sr. merkt op in zijn biografie van Wannes Van de Velde (Wannes - Hier is hem terug, Antwepen, 2016) dat er eind jaren 70 (de opnames dateren uit 1979) voor Wannes Van de Velde een aantal zaken aan het veranderen waren. De zwarte jaren van zijn depressie (na de uitputting die Mistero Buffo had teweeggebracht), liepen ten einde en Van de Velde nam steeds meer initiatief. Hij besloot zijn zangtechniek te verbeteren en volgde een aantal zanglessen die hem in staat stellen beter toon te vormen ; ‘juister en doorleefder’ in zijn woorden. Die nieuwe zangtechniek uit zich voor het eerst op de lp In de natuur wou ik gaan leven uit 1979, maar ook deze banden zijn daarvan een vroege getuige.

Ondanks de tanende interesse voor de volks- en folkmuziek in die jaren, bleef Van de Velde zich verdiepen in het reperoire van de 19de eeuw en ouder. De resultaten daarvan staan op twee lp’s die snel na elkaar uitkwamen: op de lp In de natuur wou ik gaan leven staan 5 traditionals (waaronder een versie van Wevers maakt geen droefheid), en de lp Volksliederen uit 1980 bevat uitsluitend dit repertoire (met daarop de nummers Er zouden 4 wevers en Wij wollewevers die ook op deze banden staan).

Dat muzikaal erfgoed – zelfs als het van bekende uitvoerders komt – al snel verspreid (en in het ergste geval verloren) kan raken, bewijzen de lotgevallen van deze banden eens te meer.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn