- home
- Maak kennis
- Aan de slag
- voor beiaardiers
- Voor studenten
- Handboek Muzikaal Erfgoed
- Thema's
- nieuws
- Over Resonant
MANIFEST
Jazzerfgoed in Vlaanderen & Brussel: onbekend maakt onbemind
Dat België een schare aan jazz-toptalent bezit is inmiddels algemeen bekend. Met onder meer het Brussels Jazz Orchestra, Philip Catherine, Aka Moon, Jef Neve, Octurn, David Linx, Bert Joris, Kris Defoort en Toots Thielemans mogen we apetrots zijn op het toptalent dat uit ons kleine België is voortgekomen. En ook de volgende generatie staat klaar om de fakkel over te nemen, denken we maar aan Robin Verheyen, Jozef Dumoulin en Lander Gyselinck.
Dat we met Aux Frontières du Jazz (R. Goffin, 1932) de publicatie van ’s werelds allereerste ‘serieuze’ boek over jazzgeschiedenis op onze conto mogen schrijven is minder geweten. Dat we met de bigbands onder leiding van Stan Brenders, Fud Candrix en Jean Omer rond de Tweede Wereldoorlog grote sier maakten in heel West-Europa weet ook niet iedereen. Wie kent voormalige toptalenten als het Luikse triumviraat van Bobby Jaspar, René Thomas en Jacques Pelzer, de vroege fusionbands Mauve Traffic en Placebo, of vergeten namen als Willy Albimoor, Francy Boland en René Goldstein? In de jaren vijftig en zestig was “’t Stad” misschien nog niet van “A”, maar op vlak van jazz wel al van Jack Sels; onze Belgische revivalbands stonden steevast in de finales van internationele tornooien, en met de BRT-Big Band en het BRT-jazz Orkest beschikten we gedurende meer dan twintig jaar over twee van de beste jazzensembles in Europa. Het zijn maar enkele voorbeelden van de topkwaliteit die de jazz in België altijd al heeft gehad.
België heeft dus zonder meer een zeer rijk en boeiend, maar grotendeels onbekend en onontgonnen jazzverleden. Dit is op zijn minst wat vreemd voor een genre waarin het respect voor de traditie één van de pijlers vormt. Ons jazzerfgoed verdient meer aandacht, en de jazzsector kan hier enkel baat bij hebben. Een grotere aandacht voor ons eigen jazzerfgoed is wenselijk én noodzakelijk voor een sterkere internationale profilering van onze nationale jazz. In onze buurlanden merken we dat een gestructureerde erfgoedwerking de uitstraling en de reputatie van de jazz in én uit deze landen ten goede komt. De vorige generaties jazzmusici (en hun erfgoed) maken zo mee promotie voor de huidige generatie jazzmusici.
Een dergelijke werking vraagt uiteraard heel wat inzet en inspanning. Maar het is een haalbare kaart. Als we nu werk maken van een goed ondersteunde en gecoördineerde jazzerfgoedwerking is het mogelijk om binnen enkele jaren een goede basis te leggen voor de toekomst. Om deze basis te leggen moeten we kunnen bouwen en vertrouwen op de hele sector, zowel de musici als de media, zowel het onderwijs als het onderzoek, zowel de belangenbehartigers als de bewaarinstellingen. En daarbij vergeten we ons publiek uiteraard niet, want ook zij zijn een belangrijk deel van die sector.
Resonant en ondergetekenden willen zich dan ook samen met de hele jazzsector inzetten om het jazzerfgoed vanuit een gemeenschappelijk gedragen visie te erkennen, het gebruik ervan te stimuleren en te ondersteunen, en mee in te staan voor de sensibilisatie van erfgoedvormers en -dragers. Zo willen we actief meewerken aan een opwaardering van ons nationaal jazzerfgoed.
Onbekend maakt onbemind? Dankzij u in de toekomst niet meer!
| Bijlage | Grootte |
|---|---|
| Manifest Jazzerfgoed MAILVERSIE.pdf | 41.67 KB |
| 20120507 Rapport Jazzerfgoed FINAL2.pdf | 303.44 KB |